Canossa

Als we voetbalden en het lukte me niet mijn tegenspeler te passeren, trok ik hem gewoon net zo lang aan zijn haren tot het wel lukte. Vrouwelijke tegenspelers kneep ik in hun borsten. Hierover waren sommigen erg verontwaardigd maar ik was zwaar geblesseerd en ook nog Maradona. Toen kwam de laatste avond. We sloten weddenschappen af wie het meeste kon drinken van de Martini, die we in grote hoeveelheden hadden ingeslagen in de supermarkt van Someren. Na een halve fles kon ik niet meer. Er was een jongen die doorging tot anderhalve fles. Hij won, maar we hebben hem die avond niet meer teruggezien. Hij heette Martin en sindsdien noemden we hem Martini-martin.

Wij bleven boven op de slaapzaal en hoorden hoe beneden ons Diels en die andere twee zich net als wij vol lieten lopen. Ze waren niet alleen beter geoefend, ze hadden ook meer reden dan wij, die alleen maar wilden lijken op die mannen die we adoreerden, met hun zware stem en hun gezicht waarin het leven diepe groeven had achtergelaten. Maar zij, begrepen we uit hun verhalen, wilden alleen maar lijken op degene die ze geweest waren of op degene die ze dachten ooit te zullen zijn, en ze adoreerden al heel lang niemand meer.

uit blauwe maandagen - Arnon Grunberg